Algemeen

WIE KAN ER LID WORDEN VAN DE VERENIGING?

Als je 4 jaar of ouder bent en je wilt de judosport beoefenen dan ben je bij onze vereniging van harte welkom. Voor 4 en 5 jarigen wordt er "tuimeljudo" verzorgd, vanaf 6 jaar is er reguliere judoles. Momenteel zijn zowel jeugdige als volwassen judoka's actief, zowel mannen als vrouwen. Sommigen van hen richten zich op de wedstrijdsport, maar anderen houden zich liever op recreatief niveau bezig. Voor beide vormen is er plaats in onze vereniging.

 

ERELEDEN VAN DE VERENIGING

Bij het 25-jarig jubileum van de vereniging in 1990 zijn de beide oprichters benoemd tot erelid van 'Anton Geesink' en door de JBN tot bondsridder.

DE OORSPRONG VAN HET JUDO

Overal in de wereld ontwikkelden mensen in vroeger tijden manieren om zichzelf al dan niet met gebruikmaking van wapens te verdedigen. Omdat het voor sommige groepen in de bevolking verboden was om wapens te dragen, ontwikkelden zij vormen van krijgskunst, die met de 'blote hand' bescherming bieden. De verzamelnaam van deze vormen van krijgskunst, zowel met als zonder wapens, heet Budo. Uit Indo-China komen onder andere de vechtssporten, die wij nu kennen onder de namen: jiu-jitsu, kendo, kempo, karate en aikido. En bijvoorbeeld in Rusland en Turkije is een vorm van 'krijgskunst' ontstaan, die heden ten dage te vergelijken is met het worstelen. Omdat veel van deze krijgskunsten er indertijd op waren gericht om de tegenstander permanent uit te schakelen, besloot aan het einde van de vorige eeuw de Japanner Jigoro Kano een zelfverdedigingssport (het judo) te ontwikkelen, die er primair op is gericht om zichzelf te verdedigen zonder de tegenstander ernstig te verwonden. Hij maakte bij de ontwikkeling van deze sport gebruik van die elementen uit de andere vechtsporten, die hij nodig achtte om dit doel te bereiken. Door gebruikmaking van diverse technieken (schouder-, heup-, arm- en beenworpen) wordt de aanvallende kracht van de tegenstander omgezet om deze uit te schakelen zonder hem te verwonden. De letterlijke vertaling van judo is dan ook 'zachte weg' (ju = zachte; do = weg). Nadat Kano, overigens niet zonder moeite, in eigen land zijn sport populair had weten te maken, (hij trainde begin deze eeuw onder andere de politie van Tokio), besloot hij dat de tijd rijp was om zijn ideaal te verwezenlijken. Judo moest in zijn ogen de Olympische status verwerven. Daartoe was het nodig dat de sport beoefenaars in alle delen van de wereld kreeg. Hij stuurde zijn leerlingen van het eerste uur onder andere naar Engeland, Frankrijk en Amerika. Kano's inzet en status bleef niet onopgemerkt en mede dankzij zijn functie als minister van Sport van Japan wist hij in de twintiger jaren een plaats te verwerven in het Internationale Olympische Comité. Zijn droom, judo als Olympische Sport, wist hij aan het eind van de dertiger jaren bijna te realiseren. Twee belangrijke voorvallen zorgden ervoor dat hij dit bij leven niet meer meemaakte. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden de Spelen van 1940, gepland in Tokio, niet gehouden en op de terugreis uit Amerika overleed Kano in datzelfde jaar op hoge leeftijd. Uiteindelijk duurde het tot de Spelen van 1964 dat judo in Tokio de fel begeerde status wist te veroveren. Dat juist in de belangrijkste gewichtsklasse (de zwaarste categorie) een Nederlander met het goud aan de haal ging, betekende voor de Japanners een grote domper.

JUDO IN NEDERLAND

Nadat Anton Geesink aan het begin van de jaren '60 zijn grote triomfen vierde, waaronder wereldtitels en de Olympische titel in '64, raakte ook Nederland in de ban van deze van oorsprong Oosterse zelfverdedigingssport. In de loop der jaren én tot op de dag van vandaag heeft Nederland op judogebied in de top altijd een behoorlijke prestatie geleverd. Na Geesink zorgden onder andere Wim Ruska, Ben Spijkers, Theo Meijer, Dennis van der Geest en Mark Huizinga voor aansprekende resultaten op Europese- en Wereldkampioen-schappen én op de Olympische Spelen. Ook bij de dames zijn diverse judoka's nu en in het verleden tot de wereldtop doorgedrongen. Denkt u aan Anita Staps, Irene de Kok, Angelique Seriese, Monique van der Lee en Jenny en Jessica Gal. Van minstens zo groot belang is de grote groep judoka's die op recreatief niveau actief zijn in deze sport. Momenteel telt de JudoBond Nederland ruim 60.000 officieel geregistreerde judoka's.

Judo in Culemborg

Uiteraard kon het niet uitblijven dat in de jaren '60 de judosport ook in Culemborg zijn intrede deed. Anton Geesink was er persoonlijk verantwoordelijk voor dat Culemborgers aan deze sport verslingerd raakten. Omdat Geesink nog volop actief was in de wedstrijdsport ontbrak hem de tijd om aandacht te blijven besteden aan zijn Culemborgse judoka's. Wel had hij inmiddels bereikt dat twee van zijn toenmalige leerlingen zo enthousiast waren geworden, dat zij het door Geesink aangewakkerde vuurtje verder opstookten. Sees Jägers en Toon van den Heuvel besloten dat de judosport in Culemborg niet verloren mocht gaan en richtten eind 1965 een vereniging op. Als hommage aan hun leermeester vroegen én kregen zij toestemming om zijn naam aan de vereniging te verbinden. Gedurende 25 jaar 'bouwden' Sees Jägers en Toon van den Heuvel met veel inzet aan wat nu een bloeiende vereniging kan worden genoemd. Die inzet werd in 1990 beloond met het bondsridderschap van de Judobond Nederland én het ere-lidmaatschap van de vereniging. Na 25 jaar achtten de beide oprichters de tijd rijp om het estafettestokje over te dragen aan een jongere generatie. Mede onder invloed van de toenemende interesse in zelfverdedigingssporten en de roep om variatie is het aantal activiteiten van de vereniging in de afgelopen jaren verder uitgebouwd.

TUIMEL-JUDO

Sinds eind 1996 biedt J.V. Anton Geesink ook judo aan voor de allerkleinsten. Daarmee voldoet de vereniging aan een vraag van ouders met jongere broertjes en zusjes van onze judoka's. Tuimeljudo is erkend door de JBN én laat 4- en 5-jarigen op een speelse manier vertrouwd raken met de eerste begin selen van het judo. Daarbij komen onder andere valtechnieken aan de orde. Uiteraard is het programma afgestemd op de mogelijkheden van deze jonge judoka's. De lessen worden verzorgd door Gerry van Oorschot. Dat tuimeljudo voorziet in een behoefte blijkt uit het feit dat inmiddels rond de 35 kinderen wekelijks op de mat staan.

WAT HEEFT 'ANTON GEESINK' NOG MEER TE BIEDEN?

Een belangrijke doelstelling van de vereniging, én wellicht de belangrijkste, is om de judosport voor iedereen bereikbaar te houden. Dat wil zeggen dat niet alleen wordt gelet op de kosten die moeten worden gemaakt (en die in vergelijking tot andere sporten uiterst laag zijn), maar ook naar het niveau dat de individuele judoka wil bereiken. Het feit dat 'Anton Geesink' een vereniging is en derhalve zijn bestaansrecht mede ontleent aan de inzet van een grote groep vrijwilligers zorgt ervoor dat in tegenstelling tot bijvoorbeeld sportscholen de contributies laag kunnen worden gehouden. Ook een actief beleid voor wat betreft de aanschaf van nieuwe en tweedehands judopakken zorgt ervoor dat de financiële bereikbaarheid optimaal is. Ten aanzien van het judoniveau biedt de vereniging voor 'elck wat wils'. De leden van de vereniging zijn zowel op wedstrijd- als recreatief niveau actief. De wedstrijdjudoka's behoren tot de top en de subtop van het district Midden-Nederland (omvat de provincies Utrecht, Flevoland en Gelderland én 't Gooi).

Het merendeel van de judoka's komt uit Culemborg of directe omgeving (Beusichem, Everdingen). Bij gebrek aan verenigingen c.q. judoka's van gelijke leeftijd en/ of gewicht komt ook een groot aantal volwassenen wekelijks uit Geldermalsen. Ook wonen er enkele judoka's in Tiel, Leerdam, Maurik, Beesd en Acquoy. Hoewel er in het bijzonder sprake is van een lokale functie komen er dus ook leden uit de regio.

Binnen het district Midden-Nederland behoort de vereniging met haar ledenaantal tot de grootsten. (Tweede in een reeks van circa 100 verenigingen en sportscholen). Het feit dat de vereniging tot de grootsten in het district behoort, houdt tevens in dat een actieve rol mag worden verwacht op districtsniveau. Ook nationaal zijn er weinig verenigingen te vinden met een dergelijk ledenaantal.

Overige activiteiten van de vereniging

'Adel verplicht'. Anciënniteit en omvang van de vereniging zorgen ervoor dat de (volwassen) leden hun verantwoordelijkheid niet uit de weg gaan om activiteiten te ontplooien. Dat uit zich in de organisatie van zowel judo- als niet-judo activiteiten. Op judogebied worden (in de weekeinden én meestal op zaterdag) niet alleen eigen toernooien georganiseerd, maar ook toernooien onder auspiciën van de JBN. Daarnaast zijn wij trouwe bezoekers aan toernooien die door anderen, zowel binnen als buiten het district, worden georganiseerd.

De 'eigen' toernooien

De vereniging organiseert twee grote toernooien die ook toegankelijk zijn voor judoka's van andere verenigingen en sportscholen. In het voorjaar wordt het Vrijstadtoernooi afgewerkt. Aan dit evenement nemen zo'n 600 judoka's op individuele basis in de leeftijd van zes tot zestien jaar deel. Het toernooi wordt jaarlijks gehouden en vond voor de eerste keer in 1979 plaats. Judoka's komen onder andere uit: Vianen, Houten, Nieuwegein, Wijk bij Duurstede, Utrecht, Amersfoort, Leusden, Tiel, Ede, Beuningen, Amerongen en Arnhem. In het najaar wordt het toernooi voor teams georganiseerd. Naast de eigen teams (welpen, pupillen, jeugd en meisjes) nemen teams deel uit de eerder genoemde woonplaatsen. Dit toernooi kent zo'n 250 deelnemers. Uitsluitend voor de leden van de eigen vereniging zijn twee toernooien toegankelijk. De jaarlijkse clubkampioenschappen en het 'Afsluittoernooi'. De clubkampioenschappen worden doorgaans in januari/ februari gehouden en het 'Afsluittoernooi' vlak voor aanvang van de zomervakantie (juni/juli). Aan beide toernooien wordt doorgaans door 80 judoka's deelgenomen.

De uitwedstrijden

Om onze krachten te meten gaan wij ook regelmatig op bezoek bij anderen. Afhankelijk van leeftijd en vaardigheid van onze wedstrijdjudoka's kiezen wij uit het aanbod. Ook gezien de afstanden kiezen wij dan meestal uit de toernooien die in het district worden georganiseerd. Naast de eerder genoemde woonplaatsen geven wij altijd met een delegatie acte de présence op de door het district Midden Nederland gehouden toernooien. (Districtskampioenschappen welpen, pupillen, jeugd, meisjes - Sinterklaastoernooi). In de judoseizoenperioden (medio januari -eind mei én begin september - medio december) is er vrijwel elk weekend wel een groep judoka's deelnemer aan een toernooi buiten Culemborg. Oudere (en vaak meer ervaren) judoka's bezoeken nog wel eens toernooien buiten het district en buiten Nederland. Met name de provincie Noord-Brabant is dan de eindbestemming van de reis. In het buitenland zijn toernooien bezocht in België, Frankrijk en Engeland.

De niet-judo activiteiten

Ook naast het judo organiseert de vereniging activiteiten. Deze zijn er in het bijzonder op gericht om de judoka's ook in ander dan judoverband met elkaar kennis te laten maken en de band met de vereniging te versterken. Bij het organiseren van deze activiteiten wordt in het bijzonder gelet op leeftijd en op het feit dat alle leeftijdsgroepen aan bod komen. Een greep uit de activiteiten die in het recente verleden zijn georganiseerd. Elke twee jaar wordt voor de 8-15 jarigen een driedaags zomerkamp gehouden. De allerkleinsten (6-9 jarigen) bieden we een spelmiddag in de buitenlucht aan. Met de tieners (15-20 jaar) zijn we gaan kanoën op de Linge en gaan discozwemmen. Jaarlijks wordt voor de senioren (17 jaar en ouder) een feestavond in de omgeving van Culemborg gehouden. Voor alle leden (jong en oud) houden we meestal op een zondag in juni een fietstocht in de omgeving van Culemborg.

GEDRAGSREGELS

Elke sport en ook elke vereniging kent zo zijn regels, waar-aan eenieder zich moet houden. De onze zijn:

  • Van de judoka wordt verwacht, dat je je in het gebouw correct gedraagt en dus overal van afblijft, waar je normaal gesproken niet aan mag komen. (Verlich-ting, apparatuur, e.d.). Blijf ook weg uit andere kleedruimtes.
  • Elke judoka verschijnt op de mat in schone en correcte judokleding. Natuurlijk geldt dat zowel voor de lessen als voor de wedstrijden.
  • Handen en voeten moeten goed gewassen zijn en de nagels schoon en kort geknipt. Je verwondt anders je tegenstan-der.
  • Oorbellen, kettingen, ringen en andere sieraden mogen tijdens het beoefenen van judo niet worden gedragen. Ook hiervoor geldt, dat het jezelf en/of je tegenstander kan verwon-den. In verband met mogelijk verlies is het verstandig om het gewoon thuis te laten. Dames en meisjes met lang haar mogen om dergelijke redenen tijdens het judo geen ijzerhoudende haarspelden, haarbanden of elastiekjes dragen.
  • Instructies van de trainer en/of beheerder van de sport-hal worden nauwgezet opgevolgd.
  • Wanneer je niet deelneemt aan de lessen/training, dan zit je rustig aan de kant.
  • Judoka's vloeken niet en onthouden zich van elke andere vorm van ruw taalgebruik.
  • Wij verwachten, dat elk lid van onze vereniging zich sportief gedraagt. Zowel binnen als buiten de dojo.
  • De judosport mag uitsluitend in de judozaal worden beoefend. Daar is deskundi-ge begeleiding aanwezig en zijn er hulpmiddelen (de judomatten) om het judo goed en veilig te kunnen beoefenen. Om kort te gaan: elke vorm van judobeoefe-ning bui-ten de dojo is streng verboden.
  • Voor lessen, die verzuimd zijn door ziekte, vakantie, bijzon-dere feestdagen of om andere redenen, wordt normaal contributie berekend. We stellen het bijzonder op prijs als je bij langduri-ge afwezigheid er bij de trainer melding van maakt.
  • Het lidmaatschap van onze vereniging kan uitsluitend op schriftelijke wijze beëindigd worden. Een formulier is bij de trainer verkrijgbaar of te downloaden via de menukeuze lidmaatschap.
  • Ieder lid van onze vereniging verplicht zich dit regle-ment te aanvaarden en het na te leven.

WAT HEB JE NODIG OM TE KUNNEN JUDOËN?

Naast een grote dosis inzet en enthousiasme heeft een judoka de volgende zaken nodig:

Een judopak (in het Japans: judo-gi)

Een pak bestaat uit een kimono (jasje) en een broek. In verband met de judoregels dient een pak aan een aantal eisen te voldoen. Het mag niet te groot zijn, anders dan struikel je over de te lange pijpen, maar ook niet te klein. Je tegenstander moet de judopakking bij jou kunnen uitvoeren. Een pak moet stevig zijn, omdat er nu eenmaal wel eens aan getrokken wordt. Judopakken zijn er in allerlei kwaliteiten te koop, zowel bij sportzaken als bij de vereniging. Wij adviseren u contact op te nemen met de trainer om het juiste pak aan te schaffen. Ook liggen er regelmatig tweedehands pakken, die ter verkoop aangeboden worden, omdat de vorige eigenaar eruit is ge-groeid. De kwaliteit van derge-lijke pakken is nog prima, omdat de vereniging ze anders niet ter verkoop wil aan-bieden. Een exacte prijs voor een pak is moeilijk te geven, dat houdt verband met de maat en de kwaliteit, maar houdt u rekening met circa € 40,- tot € 100,- voor een nieuw pak en circa € 10,- tot € 50,- voor een tweede-hands pak. Vrouwelijke judoka's dragen onder de kimono een wit T-shirt.

Een judoband.

Een band wordt normaliter samen met het (nieuwe) pak verkocht. Bij het verkrij-gen van een hogere band wordt bij het examengeld een geringe vergoeding (circa € 5,-) in rekening gebracht.

Er zijn judoka's, die aan officiële wedstrijden deelne-men. Zij dienen naast hun eigen band ook de beschikking te hebben over een witte en een rode band. De witte band is veelal geen probleem, omdat je daarmee begonnen bent. Een rode is via de vereniging te bestellen.

Een paar slippers.

Omdat we de mat graag schoon houden en omdat een judoka op de mat met blote voeten sport, achten wij het een verplichting, dat daar waar met schoenen gelopen mag worden een judoka ook iets aan zijn voeten heeft. Het meest handige is dan een paar sportslippers, die je voor weinig geld aanschaft. Omwille van de hygiëne van zowel jou als de anderen hanteren wij de stelregel: Van de mat af, dan slippers aan je voeten. Op de mat uitsluitend op (schone) blote voeten en dus geen enkele soort schoeisel!!!! OOK VAN TOESCHOUWERS VERWACHTEN WIJ, DAT ZIJ DE MAT NIET MET SCHOEISEL BETREDEN.

Examens

Examencommissie

De vaardigheden in het judo kunnen afgelezen worden aan de kleur band van de judoka. Zo begint iedereen met een witte band. Deze wordt naarmate de judoka vordert in de beheersing van de worpen, de houdgrepen en andere technieken 'donkerder' van kleur totdat de band uiteindelijk zwart van kleur is. De juiste volgorde is: wit, geel, oranje, groen, blauw, bruin en zwart. De Japanse benaming tot aan de bruine band heet kyu-graden (Spreek uit: kjoe-graden), waarbij de witte band de 6e kyu is en de bruine band de 1e kyu. Vanaf de zwarte band (= 1e dan) volgen de dan-graden tot aan de 10e dan. Hoe lang een judoka erover doet om van wit naar zwart (1e dan) te komen hangt af van de snelheid, waarin hij of zij de technieken onder de knie krijgt. Om een zwarte band (1e dan) te halen moet men toch al snel op vele jaren judo-ervaring rekenen. Er zijn door de Judo Bond regels vastgesteld, die weer aan inter-nationale regels zijn ontleend, waar-aan een judoka moet vol-doen om in aanmerking te komen voor een hogere band. Tot aan de zwarte band kunnen de examens afgeno-men worden binnen de vereniging. Voor de 1e en hogere dan-examens moet een examen op districts- of landelijk niveau (vanaf 4e dan) worden afgelegd.

Binnen onze vereniging nemen de leden van de technische commissie judo-examens af.

Tot 12 jaar worden ook zogenaamde 'slipexamens' afgenomen. Deze geven de jonge judoka een indruk hoever hij/zij nog verwijderd is van de eerstvolgende hogere band. Vanaf 12 jaar zullen judoka's geregeld door de trainer op de hoogte worden gebracht van hun vorderingen, tenzij ze een examen afleggen. De examens worden twee keer per jaar gehouden. Rond de Kerst en voordat de zomervakantie begint. De exacte data worden tijdig doorge-geven aan de kandidaten en staan ook in de KIAI vermeld.

De slipexamens vinden zoveel mogelijk plaats tijdens de lesuren rond de bovengenoemde data. Slip-examens zijn gratis.

EXAMENEISEN

Een veel gehoorde vraag is hoe zo'n examen nu eigenlijk in zijn werk gaat. Bij onze vereniging gaat dat als volgt:

  • De trainer draagt je voor om examen te doen voor een hogere band.
  • Als je je niet vooraf of op de examendag afmeldt vervalt de mogelijkheid om examen te doen en moet je wachten tot de volgende gelegenheid. Dat is meestal een half jaar later.
  • In principe wordt er geen examen afgenomen tijdens de lesuren.
  • Je moet lid zijn van de Judo Bond Nederland en een geldig betalingsbewijs hebben. Neem dus altijd je paspoort mee naar het examen, tenzij het al in bewaring bij de trainer is.
  • Elke judoka, die examen gaat doen, krijgt tijdig een briefje mee, waarop de tijd en de datum vermeld staan.
  • De kosten voor het examen bedragen circa fl 10,-. Daarvoor krijg je, mits je bent geslaagd, via de vereniging van de JBN een stevige judoband in de juiste kleur, een diploma van de JBN en een voorschrift van de exameneisen voor de volgende band.

Wedstrijden

ALS JE AAN WEDSTRIJDEN MEE WILT DOEN

Bijna iedereen vindt het leuk om zijn vaardigheid in het judo zo af en toe te tonen in wedstrijden. Daartoe organiseren wij als vereniging diverse toernooien. Ook organiseren wij wel eens wedstrijden, die onder verantwoordelijkheid van de Bond worden afgewerkt. Ten-slotte kun je terecht bij wedstrijden, die het district of andere verenigingen organiseren.

Er zijn twee uren in het rooster ingeruimd, die speciaal bedoeld zijn om conditie op te doen en je vertrouwd te maken met zaken, die je in de wedstrijden tegen kunt komen. Op dinsdag-avond van 6 tot 7 uur kunnen de welpen en pupillen terecht en op dezelfde avond van 7 tot 8 is het de beurt aan de jeugd. Voor deze extra trainingsuren word je uitgeno-digd door je trainer. Als je erin toestemt om mee te doen, verwachten we van je dat je alle trainingen bijwoont en dat je met volle inzet en op sportieve wijze de vereniging verte-genwoor-digt bij al die wedstrijden waar wij je voor selecteren. Bij herhaalde afwezigheid zonder geldige reden of zonder je af te melden, sluiten we je onherroepelijk uit voor de wed-strij-dtraining.

Voor alle wedstrijden geldt dat je in het bezit moet zijn van een judopaspoort en een geldig betaalbewijs. Daarnaast moet je in het bezit zijn van een geldige sportkeuring. Een school-keuring is al voldoende. Vraag dan altijd aan de school-arts een bewijs. Kopieer dat en doe het bij je judopaspoort of lever het in bij je trainer, als hij/zij je paspoort in bezit heeft.

ALS JE DEZE BESCHEIDEN NIET KUNT TONEN, VOLGT UITSLUITING VAN DE WEDSTRIJD.

Voor de jongeren geldt, dat de vereniging (het wedstrijdsecre-tariaat) deze documenten in bewaring heeft en ze toont bij de wedstrijden. Van oudere judoka's verwachten we dat ze die zaken zelf voor elkaar hebben.

Wij wensen iedereen die aan wedstrijden deelneemt veel succes en plezier toe en we hopen, dat je telkens weer een stap verder en een judoniveau hoger komt in het behalen van goede resultaten.

TAALGEBRUIK TIJDENS DE WEDSTRIJD

Tijdens een judowedstrijd mogen de judoka's niets zeggen (en zeker geen aanmerkingen op de leiding maken.) De scheidsrechter zegt daarentegen wel wat als hij/zij van mening is, dat er een score is gemaakt. Daar gebruikt hij/zij Japanse termen voor om aan te geven wat er wordt bedoeld. In het begin moet je daar even aan wennen, maar na verloop van tijd weet je niet beter. Het lijkt ons, vooral voor beginnende judoka's, goed om de belang-rijkste uitspraken hier op een rijtje te zetten.

Hadjimé

Dit zegt de scheidsrechter aan het begin van de wedstrijd, maar ook nadat hij het gevecht even heeft gestopt. Het is het teken, dat je (weer) mag be-gin-nen.

Maté

Een teken, dat je onmiddellijk moet stoppen. Bijvoorbeeld als je je tegenstander niet goed vast in een houdgreep hebt, maar er zijn talloze andere situaties denkbaar dat de scheids-rechter maté zegt.

Soremadé

Dit roept de scheidsrechter zodra de wedstrijd is afgelopen. Je loopt dan terug naar je plaats op de mat, wacht tot de scheidsrechter de winnaar heeft aangewezen (zelfs als je dat zelf al weet), groet af en bedankt je tegenstander.











Als je een goede worp hebt gemaakt, geeft de scheidsrechter je daar onmiddellijk een beloning voor, die op het scorebord voor je wordt genoteerd. Afhankelijk van de kwaliteit van de worp krijg je een:

Yuko

Je hebt je worp iets beter, maar nog niet perfect uitgevoerd, dan krijg je een yuko en die is goed voor vijf punten.

Waza-ari

Een bijna perfecte worp, maar nog net niet helemaal goed. Je krijgt er 7 punten voor en lukt het je om in de partij nog een waza-ari te maken dan heb je onmiddellijk gewonnen.

Ippon

Je worp is perfect. De wedstrijd is onmiddellijk afgelopen en je krijgt er tien punten voor.

De uitslag van de wedstrijd wordt bepaald door het hoogste resultaat. Dus als jij één waza-ari hebt en je tegenstander bijvoorbeeld een koka en een yuko, dan heb jij toch gewonnen, omdat jouw resultaat beter is. Als je de wedstrijd wint met twee koka's dan krijg je op je scoreformulier toch maar drie punten. Je hebt de wed-strijd dan gewonnen met koka. Op het wedstrijdformulier wordt éénmaal het hoogste resultaat geno-teerd en dus niet de optelsom van alle behaalde resultaten van die ene partij.

Zoals je weet begint een wedstrijd altijd staande, maar het kan gebeuren, dat je op de grond verder moet gaan en je tegen-stan-der dan in een houdgreep probeert te krijgen. Als de scheids-rechter vindt, dat je houdgreep goed zit, dan roept hij: 'O-sei-komi' (Houd-greep).

Veel beginnende judoka's laten dan los en dat moet je in dit geval nu net niet doen!!! Je moet juist 20 (bij de welpen en pupillen) of 25 seconden (alle anderen vanaf 12 jaar) goed vasthouden. Lukt je dat dan win je de wedstrijd met een ippon. Veel scheids-rechters houden er bij jonge, beginnende judoka's rekening mee en roepen vaak: 'O-sei-komi, houdgreep'. Heb je al eerder in de partij een waza-ari gescoord of is je worp voorafgaand aan de houdgreep beoordeeld met een waza-ari, dan is de duur van de houdgreep korter. Respectievelijk 15 seconden (welpen en pupillen) en 20 seconden.

Als de scheidsrechter vindt, dat je tegenstander zich goed uit jouw houdgreep heeft gewerkt, dan roept hij: 'Toketa' (Houdgreep verbroken). Het ligt er dan aan hoeveel seconden jij de houdgreep vastge-houden hebt. Afhankelijk daarvan krijg je niets, een koka, een yuko of een waza-ari. Soms eindigt een wedstrijd onbeslist, dan zijn er twee moge-lijkheden. Die zijn afhankelijk van de afspraken, die vooraf over de wedstrijd zijn gemaakt. De scheidsrechter kan een beslissing nemen en wijst de judoka aan, die in zijn ogen het beste heeft gepresteerd (meestal de meest aanvallende). Je hebt de wedstrijd gewonnen en krijgt één punt op je scoreformulier. In het andere geval roept de scheidsrechter: Hikiwaké. Dat is het Japanse woord voor onbe-slist. Je krijgt dan geen punten. Vaak wordt deze uitslag bij de team-wedstrijden gebruikt.

In judowedstrijden kun je ook een straf oplopen. Als je buiten de mat stapt kun je al straf krijgen of als je niet genoeg aanvalt om nog maar te zwijgen van opmerkingen aan het adres van de scheidsrechter. Straffen in judo worden bij de welpen en pupillen niet gegeven, tenzij je je misdraagt, maar als je bij de jeugdwedstrijden meedoet dan gebeurt dat wel.

De lichtste straf waar je tegenaan kunt lopen is een: Shido. Je tegenstander krijgt een ko-ka. Per partij kun je maar één keer tegen een shido oplopen. Je krijgt bij het volgende 'vergrijp', ook al is dat een shido waard, automatisch een chui. Een eventuele derde straf is dan uiteraard automa-tisch een keikoku.

Een iets zwaardere straf is de: Chui (Spreek uit: Tsjoe-ie). Je tegen-stander krijgt een yuko. Net zoals bij de shido geldt, krijg je bij een volgende straf in de partij automatisch een hogere straf. In dit geval dus de keikoku.

Een tamelijk zware straf is de: Keikoku. Je tegenstander krijgt een waza-ari.

De zwaarste straf en onmiddellijk beëindiging van de partij is: Hansoku-Make. Je tegen-stander krijgt een ippon.

De twee zwaarste straffen worden zelden of nooit onmiddellijk gegeven. Je maakt het dan wel heel bont en een echte sportieve judoka kun je iemand, die tegen dergelijke straffen aanloopt niet noemen. Een onmiddellijk gegeven Hansoku-Make leidt vrijwel altijd tot uitsluiting van de rest van het toernooi.

Einde van de Japanse les, maar nog even twee dingen over de wedstrij-den.

  • Bij judowedstrijden wordt altijd gekeken naar het ge-wicht. Dat is ook de reden waarom je zo vaak wordt gewogen. Als je zwaarder wordt ga je automatisch naar een hogere gewichtsklasse waar je tegenstanders van je eigen gewicht tegenkomt.
  • In het judo kennen we ook armklemmen, omstrengelingen en offerworpen (Sute-mi's). Deze zijn in wedstrijden voor judo-ka's onder de twaalf jaar streng verboden. De scheid-srechter let daar heel goed op en roept onmiddellijk maté als hij het ziet. Bij de jeugd van 12 tot en met 16 jaar breekt de scheidsrechter het gevecht onmiddellijk af als hij ervan overtuigd is, dat de armklem of omstrengeling gaat 'zitten'. Judoka's ouder dan 16 jaar dienen zelf af te kloppen, maar toch kan en zal de scheids-rechter in-grijpen als hij dat nodig acht. Binnen onze vereniging wordt aan gevor-derde judo-ka's vanaf 12 jaar geleerd hoe je verantwoord met arm-klemmen, omstrengelingen en offerworpen om moet gaan. Per slot van rekening is het een onderdeel van het judo. Daar wordt veel tijd en zorg aan besteed. Niet omdat het zo moeilijk is, maar ondeskundig uitgevoerd kan het gevaar-lijk zijn.